
Cultuur van goed nieuws
Maak een tijdreis naar het Rome van de eerste eeuw en vertel keizer Domitianus over hoe de stad er eeuwen later uit gaat zien. Vertel over een niet te stoppen koninkrijk en cultuur.
-500x500.jpg%3Fv%3D2025-11-04T09%253A25%253A08.665Z&w=2560&q=85)
Deel dit artikel
Passie voor de Koninklijke Kerk!
© 2025 Royal Mission

Maak een tijdreis naar het Rome van de eerste eeuw en vertel keizer Domitianus over hoe de stad er eeuwen later uit gaat zien. Vertel over een niet te stoppen koninkrijk en cultuur.
-500x500.jpg%3Fv%3D2025-11-04T09%253A25%253A08.665Z&w=2560&q=85)
Deel dit artikel
Stel je voor: we maken een tijdreis en stappen het jaar 82 van onze jaartelling binnen. We lopen de stad Rome binnen en zijn niet bepaald modieus gekleed voor de Romeinse zomer. Al snel worden we verwonderd aangekeken en gaan de geruchten over ons als bezoekers uit de toekomst ons vooruit.
We ontdekken dat Domitianus keizer is. Hij is de broer van Titus en de zoon van Vespasianus, die generaal was onder keizer Nero. Terwijl we verder door de stad lopen, komen we onder de Boog van Titus terecht. Deze is nog maar net gebouwd in opdracht van Domitianus, om te herdenken dat zijn broer de overwinning op de Joden had behaald en de tempel in Jeruzalem had geplunderd. Op de boog zien we afbeeldingen van de buit die uit de tempel is meegenomen.
Niet veel later worden we gesommeerd om bij de keizer te komen. We moeten hem vertellen hoe het Romeinse Rijk er in de eenentwintigste eeuw uitziet.
Hoe breng je zoiets aan de man zonder dat je straks voor de leeuwen wordt geworpen?
We vertellen hem dat we zojuist onder de boog zijn doorgelopen die hij voor Titus heeft laten bouwen. We vertellen hem dat de Romeinse legioenen de Joden compleet hebben verslagen en hun tempel met de grond gelijk hebben gemaakt. Maar dan komt het opvallende gedeelte: hun God bleef ongedeerd.
Sterker nog: in de eeuwen die volgen zal deze God in Rome geloofd, aanvaard en aanbeden worden. De goden die de Romeinen nu aanbidden, Jupiter, Mars en al die anderen, zullen uiteindelijk niet meer als goden worden gezien. Een toekomstige keizer zal zelfs Romeinse tempels laten vernietigen en wetten invoeren die het offeren aan deze goden verbieden.
Op dat moment zou je natuurlijk een speld kunnen horen vallen.
De keizer vraagt: “Hoe is dit allemaal mogelijk?”
Dan vertellen we over een Man die ongeveer vijftig jaar eerder is verschenen: “Johannes de Doper kondigde Hem aan als Degene die na hem zou komen. Aan de oevers van de Jordaan begon Jezus van Nazareth te spreken zoals niemand dat ooit had gedaan. Hij kondigde een gloednieuw Koninkrijk aan. Een Koninkrijk dat niet van deze wereld is, maar juist in deze wereld zichtbaar zou worden.
Hij deed wonderen en trok grote menigten. Uiteindelijk werd Hij gearresteerd, veroordeeld en gekruisigd. Maar dat bleek niet het einde te zijn. Het werd het begin van een beweging die Jezus van Nazareth zou volgen.
Het graf waarin Hij had gelegen, was leeg. In de dagen daarna ontstonden berichten dat Hij levend was gezien in Jeruzalem, Judea en Galilea. Eerst waren het een paar individuen, daarna groepjes, tientallen en uiteindelijk honderden mensen die beweerden Hem levend te hebben gezien.
Zijn opstanding versterkte Zijn volgelingen. Jezus van Nazareth had opnieuw verteld dat het Koninkrijk van God gekomen was.
En de mensen die dicht bij Hem stonden, waren bereid daarvoor te sterven. Hoewel uw rijk, Domitianus, en de voorgaande machthebbers hebben geprobeerd deze beweging kapot te maken, komen er op dit moment, terwijl wij hier staan te praten, mensen van allerlei rassen, geslachten en sociale klassen bij elkaar. Onder een boom, in een huis of bij een rivier aanbidden zij deze Jezus als hun Heer en Verlosser.
En de komende 230 jaar zal dit rijk nog uit alle macht en met alle geweld proberen deze religieuze groep de kop in te drukken. Maar het zal falen.”
Jezus was nooit op bezoek geweest in deze grote stad. Toch zouden Zijn naam, Zijn gelijkenis en het kruis overal in Rome zichtbaar worden.
Rome is niet voor eeuwig.
Maar er is een God Wiens tempel vernietigd werd door de broer van deze keizer. Het was Zijn Zoon die door de machthebbers van Rome werd gekruisigd. En ondanks alles wat het Romeinse Rijk had gedaan en nog zou doen, zou het plan van deze God niet falen.
Het zou worden uitgevoerd.
Het klinkt misschien als een ongelooflijk verhaal. Maar juist dit is waar ons geloof over gaat: er is zo vaak geprobeerd onze God te stoppen, maar Hij is niet te stoppen.
Zou Paulus dit hebben geweten? Zou hij, toen hij in Rome waarschijnlijk zijn laatste dagen doorbracht, hebben kunnen bedenken dat diezelfde stad honderden jaren later gevuld zou zijn met het teken van zijn opgestane Heer? Dat er op allerlei daken en gebouwen grote kruisen zouden prijken?
De wereld is zo vaak gevuld met religies die geen goed nieuws zijn, maar mensen juist belasten met nog meer slecht nieuws.
Vanaf het begin heeft Jezus duidelijk gemaakt dat Hij niet zomaar een leuk nieuw idee over God kwam verspreiden. Hij kwam het Koninkrijk van God brengen.
En die boodschap kun je aannemen. Je kunt ervoor kiezen te leven als burger van dat Koninkrijk. Daarmee was de uitnodiging van Jezus niet simpelweg een uitnodiging om ‘christen’ te worden. Het was een uitnodiging tot een nieuw leven, binnen een nieuw Koninkrijk en vanuit de principes die daar gelden.
Wanneer je vervolgens naar de Bergrede kijkt, zie je hoe Jezus Zijn volgelingen leert om dat Koninkrijk zichtbaar te maken in de wereld.
Het is dus nooit een boodschap geweest die puur en alleen voor het individu bedoeld was. Je wordt niet alleen opgeroepen om je leven aan Jezus te geven, zodat je gered bent en vervolgens kunt wachten tot je naar de hemel gaat. De boodschap van Jezus is bedoeld voor jou én voor de mensen om je heen. Zij mogen iets gaan zien van de werking van dat Koninkrijk.
Deze radicale boodschap is bedoeld voor jou en voor alle mensen in je omgeving, omdat zij iets van de werking van dit Koninkrijk mogen gaan zien.
Wij zijn niet alleen mensen die het goede nieuws ontvangen. We mogen mensen zijn die het goede nieuws zichtbaar maken.
We mogen cultuurveranderaars zijn.
De beweging die Jezus volgde, kwam als het ware pas echt los nadat Hij naar de hemel ging op een wolk, zoals de Mensenzoon beschreven wordt in Daniël 7. Daarmee maakte Jezus en ook Lukas, die Handelingen schreef, nog eens extra duidelijk dat Jezus geen gewoon figuur was.
En deze Koning, die overal aanbeden wordt, kent alleen maar gelijkwaardige ontvangers van genade. Iedereen is evenveel waard, en dat was in die tijd zeker een revolutionair idee.
Voor de Romeinen was dit geen goed nieuws. Zij hoorden een groep enthousiastelingen spreken over een rivaliserende koning. En dat is ook een belangrijk thema in de brieven van Paulus: door Jezus worden mensen ineens op gelijke voet gezet. Dat had onvermijdelijk maatschappelijke gevolgen.
In het Grieks-Romeinse Rijk draaide alles om status, rang en klasse, op een veel verdergaande manier dan we ons nu vaak kunnen voorstellen. Maar wanneer Jezus wordt verhoogd als Heer boven alle naties, worden alle mensen die Hem als Heer belijden met elkaar verbonden, dwars door alle verdelende factoren heen.
Paulus schrijft daar bijvoorbeeld over in Galaten 3:27-29.
Als we allemaal van Christus zijn, zijn we allemaal onderdeel van de familie van Abraham. Je hoeft mensen om je heen geen onnodige obstakels te laten overwinnen voordat ze bij Jezus mogen horen.
Dat is Koninkrijkstaal.
En dat is ook cultuurverandering.
Paulus schreef ook een brief aan de christenen in Rome. Het was een gemeente waarin Joodse en niet-Joodse christenen elkaar niet altijd konden waarderen. Ze kwamen zelfs gescheiden van elkaar samen in verschillende huizen en ontvingen elkaar niet meer aan dezelfde tafel.
Tegelijkertijd had Paulus een groot verlangen: hij wilde dat deze gemeente een zendingsbasis zou worden van waaruit het goede nieuws verder naar het westen gebracht kon worden, uiteindelijk zelfs tot in Spanje. Dat verlangen kleurt de brief aan de Romeinen.
Paulus schrijft daarom niet alleen over wat individuele christenen moeten geloven, maar ook over hoe deze verschillende groepen samen één familie kunnen vormen.
En dat is opvallend in een tijd waarin mensen sterk van elkaar werden gescheiden door afkomst, status en sociale positie. Rondom Jezus ontstaat juist een gemeenschap waarin iedereen mag delen in dezelfde genade. Je mag deel worden van één familie waarin iedereen gelijkwaardig is.
En dat is goed nieuws.
Maar het goede nieuws blijft niet bij woorden. Het krijgt vorm in de manier waarop mensen met elkaar omgaan.
Wanneer we vervolgens bij Romeinen 12 komen, lezen we een bekend gedeelte over het worden van een levend offer. Vaak lezen we dit gedeelte in eerste instantie persoonlijk. En dat is niet verkeerd, want Paulus bedoelt dat ook. Maar er zit meer in.
Wanneer Paulus hierover schrijft, heeft hij ook Jesaja 66 in gedachten, waar de volken zich zullen verzamelen in Jeruzalem als een offer voor God. Dat sluit aan bij de belofte die God aan Abraham deed: dat hij een vader van een menigte van volken zou worden.
De boodschap die hier doorheen klinkt, is veel groter dan alleen: ik moet mijn leven aan God geven. Wij mogen mensen verzamelen die samen een levend offer voor God mogen zijn. En daarvoor is het belangrijk dat we dat zelf ook zijn.
Want wanneer de wereld om ons heen verdeeld wordt door status, afkomst, macht, geld, opleiding of allerlei andere verschillen, kan de kerk een andere cultuur laten zien.
Een cultuur van genade, gelijkwaardigheid en gastvrijheid. Een cultuur waarin het goede nieuws niet alleen wordt verteld, maar zichtbaar wordt.
Dat is wat het Koninkrijk van God doet.
En misschien is dat wel een van de grootste uitdagingen én kansen voor ons als christenen vandaag: niet alleen vertellen dat Jezus goed nieuws brengt, maar zo leven dat mensen iets van dat goede nieuws daadwerkelijk kunnen zien.
We zijn geroepen om niet alleen het goede nieuws te verkondigen, maar een cultuur van goed nieuws te vormen!
Timothy Kok
Wat als de gelijkenissen van Jezus niet bedoeld zijn om ons gerust te stellen, maar juist om te schuren? Bekende verhalen krijgen soms een verrassend andere betekenis wanneer je ze opnieuw durft te lezen.