
Contra Denken
“Wat ben je aan het doen, Janine?” was de gefrustreerde vraag van mijn coach tijdens de waterpolotraining vorige week donderdag. Het was de laatste training voor de wedstrijd op zaterdag. Als deze wedstrijd positief uit zou vallen voor ons zouden we officieel kampioen worden.

Tijdens de training gingen we de posities oefenen en was ik deel van het aanvallende team. Na een aantal schotpogingen, kwam er een stapje bij: “Zet na het schot direct de contra in.”
Ik had dit begrip al een aantal trainingen gehoord, maar wat er precies bedoeld werd: geen idee!
Ernaar vragen was mijn eer te na. Ik schaamde mij stiekem voor mijn gebrek aan kennis van de sport waar ik zo van hield. Ik had de sport immers heel wat jaren gespeeld in mijn jeugd; dit begrip zou ik dus moeten kennen. Bang voor eventuele reacties, koos ik ervoor om mijzelf erdoorheen te bluffen. Daar kwam ik redelijk mee weg. Tot die donderdag.
Nadat een teamgenoot schoot, begon iedere speler, aanvallend en verdedigend, te sprinten in dezelfde richting. Iedereen, behalve Janine Beijer… Volledig overrompeld bleef ik dobberen op de plek waar ik lag. Mijn coach keek me aan, niet snappende waarom ik zijn instructie niet opvolgde, en riep: “Wat doe je, Janine?”
Vanuit mijn tenen riep ik door het galmende zwembad met twee armen in de lucht: “Ik heb werkelijk géén idee wat we aan het doen zijn!”
Onverwachts kwam er zoveel frustratie boven water (letterlijk), dat we allemaal even moesten lachen. Frustratie die helemaal niet nodig was geweest als ik mijn vraag gewoon gesteld had. Ik kreeg van mijn teamgenoten de uitleg dat contra het tegenovergestelde spel betekende. Niet wachten om te zien of er raak geschoten werd, maar gelijk terugzwemmen en in de verdediging.
Ik stelde die training nog een aantal vragen over andere posities die voor mij ook niet duidelijk waren. In alle rust was er ruimte om te leren van de anderen en de training zette zich gewoonweg voort.
Ik kwam tot de pijnlijke conclusie dat mijn eer mij wel vaker in de weg zit om bepaalde vragen te stellen, zeker in mijn geloofsleven.
Vandaag, 22 maart, is het tien jaar geleden dat ik gedoopt ben. Het is tien jaar geleden dat ik, zoals ze dat zo mooi zeggen: “gedoopt ben met water, in de Geest.”
Je zou zeggen dat ik tien jaar nadat ik een bewuste keuze heb gemaakt om Jezus te volgen, ik Hem wel door en door zou moeten kennen, dat ik na tien jaar wel zou moeten weten wat leven met de Heilige Geest inhoud. Zéker nu ik ook nog bij een christelijke organisatie werk, zou ik mij volledig vertrouwd moeten voelen bij het werk van Vader, Zoon en Geest.
Die gedachtegang weerspiegel ik nog weleens op de discipelen in de Bijbelverhalen. Zo ook in Marcus 4. Vanaf vers 35 staat beschreven hoe Jezus en Zijn discipelen het meer gaan oversteken en terwijl ze dat doen, breekt er storm uit. Zijn leerlingen wekken Jezus, die rustig ligt te slapen.
En dan komen we bij de verzen uit die mij altijd hebben verbaasd.
“Toen hij (Jezus) wakker geworden was, sprak hij de wind bestraffend toe en zei tegen het meer: ‘Zwijg! Wees stil!’ De wind ging liggen en het meer kwam helemaal tot rust. Hij zei tegen hen: ‘Waarom hebben jullie zo weinig moed? Geloven jullie nog steeds niet?’ Ze werden bevangen door grote schrik en zeiden tegen elkaar: ‘Wie is hij toch, dat zelfs de wind en het meer hem gehoorzamen?’” (Markus 39-41)
De volgelingen van Jezus, die geloven dat Hij de zoon van God is, zijn niet alleen bang voor de storm, maar ‘werden bevangen door grote schrik’ door de kracht en macht die Jezus op dat moment laat zien. In de afgelopen tien jaar begreep ik daar helemaal niets van.
Ze zijn zich toch bewust van wie ze al die tijd volgen? Ze hebben Hem in die tijd toch veel meer wonderen en tekenen zien doen? Hoe kunnen ze zeggen: “Wie is hij toch?” Ze zouden onderhand toch moeten weten wie Hij is en tot wat Hij allemaal in staat is?
Ondanks dat ik het verhaal kan dromen, is mij nu pas iets opgevallen wat mij diep raakt. Eén klein woordje, wat er ineens uitspringt:
Ze werden bevangen door grote schrik en zeiden tegen elkaar: ‘Wie is hij toch, dat zelfs de wind en het meer hem gehoorzamen?’
De kans is groot de discipelen zich bewust waren van de tijd dat ze Jezus volgden, dat alle wonderen en tekenen nog vers in hun geheugen staan. Ondanks dat ze het allemaal weten en gezien hebben, schrikken ze van dit wonder van Diezelfde hand.
Na de realisatie van vorige week donderdag, zie ik het verhaal ineens anders. Ik herken dat ik soms schrik van kanten, woorden, gaven van God die ik nog niet ken terwijl ze van Diezelfde hand komen.
Enkel doen de discipelen geen poging om zich erdoorheen te bluffen om hun eer in stand te houden. Zij durven zich te richten tot andere volgelingen en durven als het ware te elkaar uit te spreken: “Ik heb werkelijk geen idee wat we aan het doen zijn.”
Er verandert vervolgens niet veel, niemand wordt buitengesloten of voor gek verklaard. Wellicht was er niet direct een antwoord, maar met elkáár blijven ze Jezus volgen.
Je vraagt je natuurlijk af of we kampioen geworden zijn… En of! Maar ook tijdens de wedstrijd moest ik door mijn teamgenoten herinnerd worden aan het contra spel. Dat ik nu weet wat het inhoudt, betekent niet dat het mij automatisch alleen lukt.
Mijn uitdaging voor komend seizoen, zowel bij de waterpolo als op geestelijk gebied: Niet alleen contra spelen, vooral contra denken. Het gaat namelijk totaal niet om hoever we al zouden moeten zijn, het gaat erom hoe we samen verder komen, hoe we blijven trainen, zelfs als we soms werkelijk geen idee hebben van wat we aan het doen zijn, mogen we met elkaar blijven volgen.
Je zou zeggen dat dat ons toch wel zou moeten lukken?
Inhoud
Meer berichten

Welke sporen laat jij achter?
We spelen toch geen Hunted als Koninklijke Kerk? Welke sporen laat jij achter in het leven van anderen? Onzichtbaar blijven is onmogelijk, maar de vraag is wát mensen zien wanneer jij voorbij bent gekomen.

-500x500.jpg%3Fv%3D2025-11-04T09%253A25%253A08.745Z&w=2560&q=85)
De schaduwkant van Kerst
Martin laat in deze blog zien dat Kerst niet alleen licht en gezelligheid is, maar ook is geboren uit pijn, strijd en verdriet. Juist midden in die duisternis breekt Gods licht door en groeit de hoop op herstel en zijn koninkrijk.


Op de uitkijk staan
Ik ben nog steeds aan het nagenieten van de conferentie Inburgering in het Koninkrijk. Ik kreeg mooie reacties op de sessie die ik vrijdagochtend mocht verzorgen. Iemand zei: “Het was confronterend, maar op zo’n genadevolle manier.